6e leerjaar

Dichten als Bas Rompa 6A

Ik wou dat ik een konijn was,

dan sprong ik op en neer.

Ik wou dat ik een slang was,

dan ging ik heen en weer.

Ik wou dat ik een olifant was,

dan was ik sterk en groot.

Ik wou dat ik een bakker was,

dan maakte ik altijd brood.

 

Ik wou dat ik een brandweer was,

dan bluste ik heel veel vuur.

Ik wou dat ik een taart was,

dan kreeg ik veel glazuur.

Ik wou dat ik een snoepje was,

dan was ik heel erg zoet.

Ik wou dat ik een mammoet was,

dan had ik een lange snoet.

 

Zenab Soule

 


Ik wou dat ik een zon was,

dan scheen ik elke keer.

Ik wou dat ik een luiaard was,

dan sliep ik veel meer.

Ik wou dat ik een leeuw was,

dan had ik mooie manen.

Ik wou dat ik Tarzan was,

dan hing ik aan lianen.

 

Ik wou dat ik een kat was,

dan kon ik lekker spinnen.

Ik wou dat ik een vis was,

dan had ik mooie vinnen.

Ik wou dat ik een kussen was,

dan was ik lekker zacht.

Ik wou dat ik een koningin was,

dan had ik veel macht.

 

Ine Quintelier

 

Ik wou dat ik een zon was,
dan scheen ik elke dag.
Ik wou dat ik een boot was,
dan voer ik als ik mag.
Ik  wou dat ik een oog was,
dan maakte ik je blij.
Ik wou dat ik een voet was,
dan rolde ik in de wei.


Ik wou dat ik een tovenaar was,
dan maakte ik iedereen blij.
Ik wou dat ik een boek was,
dan las iedereen mij.
Ik wou dat ik een pen was,
dan werd ik veel gebruikt.
Iik wou dat ik een snobje was,
dan zetten ze me buiten.

Matts Keesman

 

Ik wou dat ik een band was,

dan gleed ik naar de zee.

Ik wou dat ik een krant was,

dan ging ik lekker mee.

Ik wou dat ik een hond was,

dan was mijn buikje zacht.

Ik wou dat ik van bont was,

dan had ik altijd een warme vacht.

 

 

Ik wou dat ik een pen was,

dan ging ik heen en weer.

Ik wou dat ik een den was,

dan was er heel veel sfeer.

Ik wou dat ik een tas was,

dan nam ik alles mee.

Ik wou dat ik een das was,

dan was ik bij de zee.

 

Lander Merks

 

Ik wou dat ik een schaar was,

dan knip ik in papier.

Ik wou dat ik een kind was,

dan werd ik sowieso vier.

Ik wou dat ik een jas was,

dan was ik altijd dicht.

Ik wou dat ik een model was,

dan had ik een mooi gezicht.

 

Ik wou dat ik een deur was,

dan ging ik open en dicht.

Ik wou dat ik een lamp was,

dan geef ik heel veel licht.

Ik wou dat ik een papier was,

dan ben ik helemaal wit.

Ik wou dat ik een liedje was

dan had ik misschien een hit.

 

Laure Julien

 

Ik wou dat ik een hond was,

dan sprong ik op iedereen.

Ik wou dat ik een konijn was,

dan at ik wortels van kop tot teen.

Ik wou dat ik een flamingo was,

dan danste ik in het meer.

Ik wou dat ik een pauw was,

dan had ik een kei mooie veer.

 

Ik wou dat ik een knuffel was,

dan sliep ik heel de dag.

Ik wou dat ik een mast was,

dan had ik een hele mooie vlag

Ik wou dat ik een zwaluw was,

dan stootte ik mij maar één keer aan dezelfde steen.

Ik wou dat ik een piraat was,

dan had ik een kei mooi houten been.

 

Eline Schoenmaekers

 

Ik wou dat ik een fee was,

dan blonk ik in de lucht.

Ik wou dat ik een vogel was,

dan sloeg ik op de vlucht.

Ik wou dat ik gras was,

dan werd ik gemasseerd.

Ik wou dat ik koningin was.

dan werd ik vereerd.

 

Ik wou dat ik een zon was,

dan scheen ik overal.

Ik wou dat ik een voet was,

dan ging ik naar de hal.

Ik wou dat ik een trui was,

dan was ik lekker zacht.

Ik wou dat ik een leeuw was,

dan had ik mooie vacht.

 

Helena

 

Ik wou dat ik een slang was,

dan sloop ik weg in een woud.

Ik wou dat ik een vogel was,

dan stak ik mijn snavel in het hout.

Ik wou dat ik een aap was,

dan klom ik in een boom.

Ik wou dat ik een  luiaard was,

dan was ik heel erg sloom

           

Ik wou dat ik een printer  was,

dan zou ik alles printen.

Ik wou dat ik een wasmachine was,

dan zou ik alles wassen.

Ik wou dat ik een nietjesmachine was,

dan zou ik alles nieten.  

Ik wou dat ik een lift was,

dan zou ik naar boven stijgen   

 

Tobe Vandersande      

 

Ik wou dat ik een  lamp was,

dan gaf ik veel licht.

Ik wou dat ik een ramp was,

dan bewoog ik als een schicht

Ik wou dat ik een bal was,

dan draaide ik in het rond.

Ik wou dat ik een stal was ,

Dan rook ik naar de stront.

 

Ik wou dat ik de wind was,

dan blies ik iedereen omver.

Ik wou dat ik een kind was,

dan liep ik als een ster.

Ik wou dat ik een  blad was,

dan vloog ik heen en weer.

Ik wou dat ik een stad was,

dan brachten de lichtjes veel sfeer .

Rune

 

Ik wou dat ik een tijger was,

dan was ik gecamoufleerd in het hoge gras.

Ik wou dat ik klein was,

dan spiekte ik door het lichte glas.

Ik wou dat ik een vlinder was,

dan was ik mooi en elegant.

Ik wou dat ik groot was,

Dan was ik eindelijk eens frappant.

 

Ik wou dat ik een bloem was,

dan scheen ik in de zon.

Ik wou dat ik een vlieg was,

dan woog ik tenminste geen 100 ton.

Ik wou dat ik het zand was,

dan waaide ik met de wind mee.

Ik wou dat ik een konijn was,

dan ging ik op en nee.

Anaïs

 

Ik wou dat ik een schommel was,

dan vloog ik heen en weer.

Ik wou dat ik een schoen was,

dan was ik mooi van leer.

Ik wou dat ik een fietsbel was,

dan zong ik de hele dag.

Ik wou dat ik een ninja was,

dan sloeg ik een harde slag.

 

Ik wou dat ik een klok was,

dan tikte ik de hele tijd door.

Ik wou dat ik muziek was,

dan kwam ik in iemands oor.

Ik wou dat ik een uil was,

dan zong ik ganse nacht.

Ik wou dat ik een krekel was,

dan piepte ik soms zacht.

 

Siemen

 

Ik wou dat ik niks was,

dan kan ik niks doen.

Ik wou dat ik gras was,

dan was ik lekker groen.

Ik wou dat ik Donald Trump was,

dan was ik de broer van Donald Duck.

Ik wou dat ik een chauffeur was,

dan had ik een coole truck.

 

Maryke

 

Ik wou da ik een blad was,

dan viel ik af een boom.

Ik wou dat ik een wolk was,

dan ben ik een droom.

Ik wou dat ik een pen was,

dan danste ik op het papier.

Ik wou dat ik een clown was,

dan had iedereen veel plezier.

 

Ik wou dat ik een kaars was,

dan geef ik veel licht.

Ik wou dat ik een doosje was,

dan ga ik open en dicht.

Ik wou dat ik en donut was,

dan heb ik veel glazuur.

Ik wou dat ik een eenhoorn was,

dan  leef ik in de natuur.

 

Lena

 

Ik wou dat ik een letter was,

dan stond ik overal.

Ik wou dat ik een huis was,

dan had ik een mooie hal.

Ik wou dat ik een muis was,

dan kroop ik in een gat.

Ik wou dat ik een schoen was,

dan stond ik op een mat.  

 

Ik wou dat ik een piloot was,

dan vloog ik in de lucht.

Ik wou dat ik een leerling was,

dan sloeg ik een diepe zucht.

Ik wou dat ik een papa was,

dan had ik een kleine spruit.

Ik wou dat ik een bel was,

dan riep ik heel luid.

 

Ik wou dat ik een dier was,

dan moet ik niet meer leren.

Ik wou dat ik een vis was,

dan zwom ik in meren.

Ik wou dat ik een vonkje was,

dan gaf ik heel veel licht.

Ik wou dat ik een arend was,

dan had ik een groot zicht.

 

Lotte

 

Ik wou dat ik een kat was,
dan had ik scherpe klauwen. 
Ik wou dat ik een schaap was,
dan was ik aan het kauwen.
Ik wou dat ik een mens was,
dan kon ik lekker trouwen. 
Ik wou dat ik een blok was,
dan kon ik lekker bouwen.

Ik wou dat ik een ezel was,
dan zei ik vaak IA.
Ik wou dat ik een lama was,
dan at ik heel vaak sla. 
Ik wou dat ik een jongen was,
dan kon ik heel hard rennen.
Ik wou dat ik een meisje was,
dan kon ik super pennen.

Maxim

 

Ik wou dat ik een hond was,

dan dronk ik heel veel water.

Ik wou dat ik een kat was,

dan had ik niet altijd een kater.

Ik wou dat ik een boek was,

dan keken ze in mij.

Ik wou dat ik een hamster was,

dan verjaarde ik in mei.

 

Ik wou dat ik een konijn was,

dan huppelde ik heen en weer.

Ik wou dat ik een weerman was,

dan voorspelde ik het weer.

Ik wou dat ik een rekenmachine was,

dan wist ik echt heel veel.

Ik wou dat ik een lama was,

dan tufte ik uit mijn keel.

 

Senne

 

Ik wou dat ik een kat was,

dan kreeg ik meer aandacht.

Ik wou dat ik ijs was,

dan was ik lekker glad.

Ik wou dat ik een kussen was,

dan was ik heel zacht.

Ik wou dat ik een koningin was,

dan had ik veel macht.

 

Ik wou dat ik een roos was,

dan rook ik heel lekker.

Ik wou dat ik een gremlin was,

dan was ik nog gekker.

Ik wou dat ik een tijger was,

dan had ik een mooie vacht.

Ik wou dat ik almachtig was,

dan had ik veel kracht.

Victoria

 

Ik wou dat ik een paard was,

dan huppelde ik heen en weer.

Ik wou dat ik een grot was,

dan woonde hier een beer.

Ik wou dat ik mijn broer was,

dan was ik flink misschien voor deze ene keer.

Ik wou dat ik een vis was,

dan zwom ik in het meer.

 

Ik wou dat ik een druif was,

dan lag ik bij Felix de banaan.

Ik wou dat ik een wolk was,

dan vloog ik voor de maan.

Ik wou dat ik een auto was,

dan reed ik over een laan.

Ik wou dat ik een pompbak was,

dan haatte ik de kraan.

 

Lukas

 

Ik wou dat ik een vis was.

Dan zwom ik weg,

Ik wou dat ik een hond was.

Dan sprong ik over de heg,

Ik wou dat ik een schommel was.

Dan ging ik heen en weer,

Ik wou dat ik een geweer was.

Dan schoot ik iedereen neer,

 

Ik wou dat ik een klok was.

Dan tikte de wijzers rond,

Ik wou dat ik een bal was.

Dan rolde ik over de grond,

Ik wou dat ik een stoel was.

Dan kon iedereen op mij zitten,

Ik wou dat een schaar was.

Dan knipte ik alle linten.

 

Magaley

6A maakt knappe limericks

Wij maakten limericks, een rijm gedicht van 5 zinnen.  Een limerick is een heel kort verhaal dat rijmt
De eerste, de tweede zin en de vijfde zin rijmen met elkaar. 
De derde en de vierde zin moeten ook met elkaar rijmen. 
In de eerste zin moet een persoon en een plaats voorkomen.
Hier is een voorbeeld van Zuid-Afrikaanse en een grappige limerick.

’n Meisie wat woon in die kaap.
Praat elke nag glo in haar slaap.
Haar taal is gemieks:
Dis Spaans, Frans en Grieks.
En soms blér sy net soos ’n skaap.

Er was eens een jongen uit Lier.
Hij dronk een beetje veel bier.
En hij veel te zat.
Hij viel op zijn gat.
Toen werd hij overvallen door een stier.


Dit zijn limericks het zijn leuke en grappige gedichtjes.  Het is heel simpel om te maken je hebt net een paar voorbeeldjes gezien veel geluk om het zelf te maken.

Jorben en Senne

 

Ken je Zenab van 6a?

Ze eet graag chocola.

Ze is heel lief.

Het is een echte hartendief.

En ze komt uit Afrika.

 

Er was eens een man uit Sint-Job.

Hij stond altijd super vroeg op.

Hij zag een bloem in zijn tuin.

De bloem was groot en bruin.

Daarom voelde hij zich top.

Eline 6a

 

Ken jij Anaïs?

Ze heeft thuis een vis.

We noemen haar vaak ananas.

Ze valt vaak in een plas.

Op zondag gaat ze naar de mis .

 

Ken jij Lotte uit de 6de klas.

Ze stak haar huiswerk in haar boekentas.

In cijferen is ze goed.

Delen gaat niet zo goed.

Ze kreeg een goede tip van de meester in de klas . 


Lotte 6A

 

Er was eens een walvis in de zee.

Maar hij had vreselijke diarree.

zijn vrouw zei: Ga toch naar toilet.

want ik ruik je van uit mijn bed.

En daarna spurtte hij meteen naar de plee.

 

Lukas 6a

 

Er was eens een meisje in Assen

Dat moest zo verschrikkelijk plassen.

Ze zocht een wc

Had de keuze uit twee.

En ging toen de jongens verrassen.

 

Een voetbalsupporter uit Nederland

Had vuurwerk in zijn hand.

En toen plots een doelpunt

Gejuich, wat een stunt!

Maar o jee de vinger verbrand

 

Lander 6a

 

Mijn huisdier is een vogel genaamd Sammeke

Hij had echt niet graag een kammeke
Hij komt soms uit zijn kot
Zijn snavel is niet bot
Hij ging vaak naar het Gamma’ke

Ken je Tobe uit Brasschaat
Hij heeft een maat
Hij gamet veel
Hij is nog heel
Hij is niet zat

Ik typ op een pc in de klas
Ik heb koffie in een tas
Wij leren Frans
Ik heb een kans
Ik laat soms gas

Tobe 6a

 

Het hondje zit in zijn hok

De kippen zeggen tok tok

De boer komt ze voeren

ezeltje komt ook piepeloeren

En slaat hem met een stok

 

Ken je de jongen van Brasschaat

Hij verkoopt veel flauwe praat

Hij wilt altijd de coolste zijn

Maar gedraagt zich als een zwijn

Dus doe ik of hij niet bestaat

Lena 6a

 

Er was eens een meisje uit Afrika.

Ze zag haar vriendin met een paprika.

Haar vriendin moest vroeg weg.

Wat had ze toch een pech.

Want ze moest super vroeg naar Amerika.

 

Er was eens een juffrouw uit Gent.

Die kreeg maar de hele tijd geen vent.

Daardoor werd ze boos.

En wou ze een roos.

Maar toen heeft ze niemand gekend.

Zenab 6a

 

Er was eens een vrouw uit Brugge.

In haar huis waren heel veel muggen.

Ze had heel veel last.

Daarom heeft ze geplast.

Die beestjes zijn heel erg vlugge.

 

Ken jij Helena van de 6de klas.

Ze heeft een grote boekentas.

Ze kan goed Spaans spreken.

Plotseling begon ze te verbleken.

Omdat de paella slecht was.

 

Laure 6a

 

Ik zag op een dag Sinterklaas.

Hij zat op de wip met een dwaas.

Toen gaf hij een kik.

die man was heel dik.

En toen at hij verder van zijn kaas.

Maxim 6a

 

Ik heb thuis een niewe hond .

Die het huis meteen leuk vond .

die hond die zeilen kon .

En zijn nagels vijlen kon.

Maar soms heeft hij wel een grote mond !

 

Er was eens een bakker ,

het is de makker van elke bouwvakker .

Hij bakte  elke dag een brood .

Toen ging hij dood .

Hij vroeg nog snel met hoeveel letters schrijf je bakker ?

Matts 6a

 

Er was een Amerikaanse slang

Maar die was veel te lang

De slang at een konijn

Zijn tand brak en hij had pijn

Het was nacht heel donker en hij was bang

 

De stomme slechte klok stond fout

Hij was versleten en oud

Ze draaide de wijzer om

En er kwam een bom

De klok at fout dus hij draaide aan een bout

 

Jorben 6a

 

Er was eens een beer

En die beer was van leer

Hij dronk te veel bier

Uit het cafè Lier

En die beer had een speer

Rune 6a

 

Er was eens een vrouw uit  Zandhoven.

Ze had in haar keuken een hele mooie oven.

Maar er was iets aan de hand.

Haar oven stond helemaal in brand.

Ze hoopte dat de vlammen snel zouden doven.

Helena 6a

 

Er was eens een kind van vier.

Die had een hond en was heel fier.

Dat dier had een kont.

En die was heel rond.

Een mier dat was zijn plezier.

Helena 6a

Leesplezier in 6


Vorige week donderdag was het een prettig namiddagje. We waren met z’n allen in de klas aan het lezen, iedereen pikte een leuk plekje uit. De enen zaten in het hoekje op de grond, de anderen lagen op de bankjes. We maakten het lekker knus. We mochten allemaal een knuffel en een dekentje meenemen en je mocht ook een kussentje meenemen.

Je had verschillende groepjes. Vriendinnetjes bij vriendinnetjes  en vrienden bij vrienden.  Soms was het wel eens om te lachen. Je had verschillende boeken bv: Heidi van  Geronimo Stilton, Op zoek naar dolfijnen, Misty ’s baby van Lucy Daniels en nog meer. We hebben veel gelezen, het was prettig! We zouden het vaker willen doen.

Zenab en Anaïs 6A

Onze foto's: //foto.gibodriehoek.be/#!album-920

Schooltijd

Meester Nick had een website gemaakt. Voor de oudste tijden. En dat was leuk om zo te leren over de oudste tijden. De website staat vol leuke weetjes. En daar hoorde een bundeltje bij. De eerste les wiskunde ging over de coördinaten van een eiland. Het tweede lesuur hadden we spelling. woordpakket a-b dat was in totaal 40 woorden. En moesten wij een paar oefeningen maken.

                           Dan was het speeltijd.

 En ook frans nog herhaling van het 5de leerjaar. In de volgorde van het alfabet per 2 letters a-b-c-d… Enzovoort. Na Frans. Legden de meester de website uit. Na de uitleg mochten we al een beetje werken. Maar eigelijk was het een huistaak.

                    Middag speeltijd

Daarna kregen we onze lessenrooster en nog wat uitleg erover. En de Bingel-code en liet de meester het Bingeleiland zien en gaf er uitleg over.

                                EINDE

 

Tobe en Lukas 6A